PDF PDF Print

Column juni 2010

liederenkwestie

 

Er is enige ophef ontstaan over de liederencen­suur in onze kerk. Bisdom 's-Hertogenbosch en aartsbisdom Utrecht hebben een censor aange­steld om de bestaande en de nieuw gegroeide lie­derenschat kritisch te beoordelen. Het onderzoek richt zich daarbij vooral op Huub Oosterhuis; hij is namelijk de auteur van de meeste van deze liederen. Het valt op, dat beide censoren een ei­gen uitgangspunt hebben. De ene beoordeelt ze vanuit de orthodoxie, de ander vanuit de poëzie.
De een komt van daaruit tot de conclusie, dat de auteur een ketter is; de ander tracht de dichter te verstaan en te luisteren naar de gelovigen die deze liederen zingen. Het zijn voor een censuur totaal verschillende uitgangspunten, waardoor de verwarring almaar groter wordt en de roep om een landelijke commissie, die de taak van beide censoren overneemt, aanzwelt. 

Niemand spreekt tegen, dat de Nederlandstalige liturgie na zo'n vijftig jaar toe is aan een kriti­sche analyse. Het maakt echter wel verschil of je deze analyse uitvoert vanuit 1960 of 2010. An­ders gezegd: voer je deze analyse uit vanuit een statische dan wel vanuit een dynamische visie?
Wie statisch denkt heeft de neiging zich behou­dend op te stellen en nauwelijks vernieuwing toe te laten. Wie dynamisch denkt stelt zich cre­atief op, omdat er iets nieuws aan het gebeuren is. Ook maakt het verschil of je de teksten van­uit de letter of vanuit de geest in de letters ver­staat. Een taalcriticus zal letten op zinsbouw en dergelijke; een pneumaticus laat zich aanspre­ken door de geest die uit de liederen spreekt. De eerste is een leraar Nederlands die ter correctie rode strepen trekt; de tweede iemand die zijn hart laat raken en ontroering beleeft.

Het zijn in de kerk wat betreft de liedkeuze in­middels twee gescheiden werelden, die niet dich­ter bij elkaar gebracht kunnen worden; zelfs steeds verder uit elkaar raken. Het gaat niet meer om de liederen, maar om de ideologische strijd die uit de beschouwing van deze liederen ont­staan is. Het gaat om vernieuwing in de kerk of om het handhaven van oude visies. Nostalgie een slechte raadgever, wanneer het gaat om vernieu­wing, vooruitgang en perspectief.

Laten we toegeven, dat er kerkelijk gezien twee verschillende visies ontstaan zijn, ontsprongen aan dezelfde bron, maar uitlopend in een eigen stroom. Ze staan in principe niet tegenóver el­kaar, maar náást elkaar als uitingen van hetzelde geloof, die elkaar niet mogen en kunnen uit­sluiten. Uniformiteit is niet meer mogelijk; een­heid in pluriforme zin is de enige toekomstmo­gelijkheid. Het heeft geen zin van beide stromin­gen één hoofdstroom te maken; daarvoor zijn de visies te zeer tegengesteld. Misschien moet je zeggen, dat beide authentiek zijn en elkaar niet mogen verketteren zoals in Engeland de High Church tegenover de Low Church staat.

Terug naar de liederenkwestie. Wie kan beter oordelen over de liederen dan de zingende ge­meenschap? Bij aperte onwaarheden voelt de gemeenschap zelf wel aan, dat ze niet te hand­haven zijn. Maar zo lang de gemeenschap met ontroering zingt dat De steppe zal bloeien, moet dit lied behouden blijven en kan geen censor het verbieden.

 

TB

De Roerom, Postbus 90105, 5000 LA Tilburg | Tel. 013-545 58 00 | redactie@deroerom.nl | siteproductie: Sync. Creatieve Producties