Zingen van binnenuit

boekbespreking

beeld: © megmercx.nl/

Met deze wegwijzer voor dirigenten en koren klinken kerkliederen weer als nieuw.

Er verschijnen in ons taalgebied niet zoveel boeken die zich uitdrukkelijk richten tot koordirigenten en koorleden. Daarom is het boek van Hein Vrijdag des te waardevoller. Zoals de auteur het zelf op verschillende plaatsen aangeeft, is het de neerslag en bundeling van 50 (!) jaar ervaring als dirigent van verschillende koren. Hij heeft bijeengebracht uit wat ik tot nu toe in mijn leven geleerd heb, van anderen heb gehoord, gelezen in het Compendium bij het Liedboek van de kerken, verzameld uit andere boeken, van internet gehaald (p. 231).

De goedgekozen titel geeft de bedoeling aan: dirigenten, voorzangers en koorzangers helpen en stimuleren om te zingen van binnenuit. Daarmee bedoelt de auteur: zingen vanuit de muziek, aandacht geven aan alle elementen waaruit een zangstuk is opgebouwd’ (p. 6). Voor Hein Vrijdag is de dirigent als een soort reisleider of gids in een museum: Je kunt naar een schilderij kijken of door een stad lopen, maar je ontdekt ze pas echt als een goede gids je ogen opent. In muziekstukken valt van alles te ontdekken en te ervaren, maar je hebt een deskundige nodig om het te zien (p. 13). Het tekent meteen de stijl van het boek dat de auteur de titel van zijn boek verduidelijkt door de weergave van een gesprek met koorleden tijdens een repetitie van het gekende lied Als God ons thuisbrengt.

In 7 hoofdstukken gaat de auteur vervolgens in op de verschillende elementen die in een lied of compositie samen een rol spelen: 

  1. woorden
  2. melodie
  3. ritme en maat
  4. tempo
  5. toonsoorten en harmonie
  6. dynamiek
  7. rusten 

Woorden en melodie

Het startpunt om een lied met overtuiging en gevoel te kunnen zingen, is de verkenning van de tekst, naar de vorm en de inhoud. Het is belangrijk dat koorleden geholpen worden om stil te staan bij de vraag: Waarover zingen we eigenlijk? En dit om de eenvoudige reden dat alle componisten van vocale muziek ook met de woorden beginnen en van daaruit keuzes maken voor het schrijven van een melodie.

Daarom meteen een tweede vraag om bij stil te staan: Waarom heeft een componist nu juist deze melodie geschreven? In het 2de hoofdstuk over de melodie verduidelijkt de auteur met verschillende concrete voorbeelden hoe componisten bepaalde emoties (vreugde, verdriet, woede, angst), bewegingen en contrasten uit de tekst omzetten in muzikale motieven.

Hein Vrijdag vertrekt vaak vanuit liederen uit Nederlandstalige liedbundels, maar geeft bijvoorbeeld ook een mooie analyse van de combinatie van tekst, emotie en opgaande en neergaande melodie in het Ave verum van Mozart (met een evocatie van de oorspronkelijke liturgische setting waarin het werd uitgevoerd, pp. 51-59).

Ook in de volgende hoofdstukken gebruikt de auteur dezelfde methode. Hij vertrekt vanuit een vraag, een basisinzicht of een stelling (Waarom gebruikt de componist deze maatsoort?, Het niet of niet juist uitvoeren van het tempo kan een compositie maken of breken) en deze worden vervolgens uitgewerkt of aangetoond met tal van voorbeelden, vaak geïllustreerd met stukjes notenschrift. Tussendoor geeft de auteur ook heel wat sprekende, passende citaten mee van componisten, koorleiders en zangers. 

Bespreking van bekende liederen

Een aantal vrij bekende liederen krijgen een meer gedetailleerde bespreking, zoals Naar U gaat mijn verlangen, Heer. Vele andere liederen en koorwerken worden slechts heel kort aangestipt. Voor wie deze niet kent zullen deze voorbeelden misschien minder spreken. In sommige gevallen is het commentaar (onvermijdelijk) ook nogal technisch – misschien iets te moeilijk voor wie weinig vertrouwd is met notenschrift. Maar dit zal de professionele musici wellicht net boeien.

De technische uitleg vormt ook niet echt een probleem, want in alle hoofdstukken biedt de auteur ook interessante achtergrondinformatie vanuit de geschiedenis van de muziek, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van de opvattingen over het tempo of de dynamiek door de eeuwen heen of over de begrippen van de volmaakte en de onvolmaakte tijden (pp. 107-112). Of hij gaat in op de verschillende dansvormen die in de liedbundels voorkomen (pp. 115-127).

De aandacht blijft niet beperkt tot Nederlandstalige liederen, er zijn ook uitstapjes naar het gregoriaans en de polyfonie.

Concrete tips, ook voor begeleiders

Ook organisten en begeleiders worden niet vergeten. Zo is er aandacht voor de eigen rol van de begeleiding door organisten of pianisten (pp. 89-91), voor het belang van de juiste harmonisatie (pp. 140-144) of de vraag naar de wenselijkheid om melodieën te transponeren (p. 159). Of de auteur stipt aan hoe belangrijk het is dat het koor luistert en meebeweegt met de orgelbegeleiding tijdens momenten van rusten (pp.185-187). Tussendoor reikt hij vanuit zijn eigen rijke ervaring met koren heel wat kleine concrete tips aan die veel inspiratie kunnen geven aan koordirigenten tijdens koorrepetities.

Na de uitgebreide analyse van de verschillende elementen die in liedcomposities een rol spelen, volgen nog 4 meer losstaande hoofdstukken, met dezelfde bedoeling als de vorige: kerkmusici en zangers zelf bewust doen stilstaan bij de betekenis en de vorm van de liederen die ze zingen, om ze zo met meer innerlijke overtuiging en zeggingskracht te kunnen zingen.

Beeldtaal in liedteksten

Hoofdstuk 8 (beelden in de tekst en beelden in de muziek) wil ons gevoelig maken voor het gebruik van beeldtaal in liedteksten. Dit is aanleiding om een aantal meer ongewone beelden in modernere liederen te bespreken (bijv. het spreken over God als moeder of over Jezus als de Heer van de dans). 

De auteur geeft ook weer verschillende voorbeelden van hoe componisten bepaalde woorden of beelden in de verf zetten door bijzondere muzikale accenten of klanknabootsingen. Zowel vertrouwde kerkliederen als enkele grotere koorwerken komen aan bod. De bekommernis is altijd: Een koor moet geen noten zingen, maar beelden laten zien en horen. Dat raakt het publiek, neemt mensen mee. (p. 230).

Ritueel, muziek en liturgische ruimte

Hoofdstuk 9 handelt over de wisselwerking tussen ritueel, muziek en de liturgische ruimte. Hier gaat de auteur in op de verbinding tussen een aantal gezangen en rituele handelingen: het openingslied, het alleluia, het lied tijdens de communie, de lofzang op de paaskaars, het gezang tijdens de kruisverering op Goede Vrijdag.

Verder opnieuw een aantal mooie voorbeelden van hoe het aanbrengen van een rolverdeling in bepaalde liederen (De Heer is waarlijk opgestaan!) de inhoud van de gezangen meer reliëf, kleur en zeggingskracht kan geven.  Het 10de hoofdstuk verzamelt opnieuw praktische voorbeelden, die tonen hoe Bijbelteksten, gedichten, verhalen en beelden, inspiratie kunnen bieden om liederen of composities met meer gevoel en innerlijke betrokkenheid uit te voeren.

Grondhouding dienstbaarheid

Als toemaat volgt nog een mooi hoofdstuk over de spirituele grondhoudingen die nodig zijn om in de liturgie als koordirigent, cantor of koorlid mee te werken. Het sleutelwoord daarbij is dienstbaarheid: Om van binnenuit muziek te kunnen maken, moeten wij dienstbaar zijn aan de woorden, de melodie, het ritme en het tempo, de harmonie, kortom aan alles wat een gezang in zich heeft. En dat kan alleen vanuit onze eigen mogelijkheden, onze persoonlijke betrokkenheid. In samenwerking met de anderen die aan de liturgie deelnemen, om de gemeenschap op te bouwen en iets van de ontmoeting met de Enige mogelijk te maken (p. 286). Het boek eindigt met een nuttige lijst met de besproken psalmen, gezangen en liederen en andere liturgische composities (pp. 311-319).

Zoals gezegd is dit boek een ‘verzameling’ van jarenlang opgebouwde ervaring. We mogen de auteur danken dat hij die schat heeft willen delen. Zijn werk is een echte aanrader voor elke dirigent die op zoek is naar achtergrond om zijn of haar koorleden ‘van binnenuit’ te leren zingen.

Hein Vrijdag, Zingen van binnenuit. Een wegwijzer voor dirigenten, voorzangers en koren, Berne Media, 2019, 319 p.

bron:kerknet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *