‘Nu was ’t in een wip bekeken…’

*** zondagsmijmeringen ***

In het centrum van Veenendaal, waar de winkelleegstand angstwekkend snel oploopt, is sinds kort een echte barbier gevestigd. Hij heeft zijn vintage-salon DownTown genoemd en verstaat zijn vak, zo heb ik ondervonden. In het regionale huis-aan-huisblad De Rijnpost werd hij een week of wat geleden geïnterviewd. Een van de vragen was of hij dacht dat er op ’n dag buitenaardse wezens op aarde zouden landen? ‘Soms denk ik dat ze al geland zijn. Sommige mensen zijn echt vreemde wezens’, was zijn laconieke antwoord. 

Een halve eeuw geleden maakte Godfried Bomans een ‘ontdekkingstocht’ naar Vlaanderen en schreef daar een boek over ‘Denkend aan Vlaanderen’. Daarin staat de volgende passage: ‘In Vlaanderen wonen meer zonderlingen dan bij ons. Ze tieren daar naar hartenlust. Er is in Vlaanderen veel meer respect voor elkaars eigenaardigheden. Je kunt daar oneindig veel meer doen voor je er opgeborgen wordt. In Vlaanderen worden patiënten eenvoudig niet opgemerkt’. 

Het klinkt negatiever dan Bomans bedoelde, want hij was weliswaar doodmoe na zijn reis maar over het algemeen heel lovend, vooral over de Vlaamse gastvrijheid. Wèl had hij een kritische opmerking over de meisjes. In een interview vertelde hij een Belgische journalist dat ‘de Vlaamse meisjes wel vijftien centimeter kleiner zijn dan de Nederlandse vrouwen en dat is heel veel. Op die manier blijft er niet veel van over. Dat is jammer, want als een vrouw mooi is wil je er toch zo veel mogelijk van zien en nu was ’t in een wip bekeken’. 

Ik ben dankbaar en blij dat ik een aantal jaren in de ene helft van België heb gewoond. Dat de vrouwen er zo’n vijftien centimeter korter zijn kwam mij – met mijn lengte – goed uit, maar dat terzijde. We woonden in  Vlaanderen. Daar las ik De Morgen. In de andere helft van het land, in Wallonië, lezen ze Le Soir. Vlaanderen en Wallonië zijn een verschil van dag en nacht. In alles, en dat komt nooit goed. ‘België was eigenlijk al verdwenen nog voor het een idee werd’, oordeelt de Vlaamse schrijver Erwin Mortier onbarmhartig. En voegt daar nog een snoeiharde typering aan toe: ‘Als Belgen moeten kiezen tussen burgerrechten en een biefstuk dan kiezen ze die steak’.

Als je het in een land bloedserieus over een taalstrijd hebt moet je niet al te veel van een constructieve communicatie verwachten. De fanatiek flamingante advocaat/politicus, Vic van Aelst, wantrouwt alles wat Frans spreekt. De verfransing van België is een nachtmerrie voor hem: ‘De franstaligen zullen hun strijd pas staken als de kabeljauw voor de kust van Oostende Frans spreekt’.   

Taal moet geen boksbeugel zijn maar een speelbal, zoals de (kinderboeken)schrijver Hans Kuyper laat zien:

‘Ik ben al groot, maar mama is groter.

Dit is een boot en dat is de boter

De vis had al beet, maar de visser nog beter:

Wat ik hier meet, is meer dan een meter.

M’n broertje heeft trek en de boer heeft een trekker.

De boot was wel lek, maar het water was lekker!

Vind je dit gek? Het kan altijd nog gekker’.

Zeker wel: een al wat oudere man zit op een bankje in het park als er een punker naast hem komt zitten. Een jongen met een opvallend kapsel, bijna alle kleuren van de regenboog en een hanenkam. Omdat de man daar gefascineerd naar bleef kijken vroeg de jongen wat geërgerd: ‘Wat kijk je, ouwe? Heb jij in je jonge jaren niks geks gedaan?’ ‘Jazeker’, zei de man. ‘Ik heb in een wilde bui eens seks gehad met een bonte papegaai en ik vroeg me af of je m’n zoon zou kunnen zijn’.   

Sinds 1 juli is Duitsland de (roulerend) voorzitter van de Raad van Europa. Bundeskanzlerin Doktor Frau Merkel neemt voor de rest van dit jaar Europa aan de hand. Er zal de komende maanden heel wat diplomatiek overleg nodig zijn om de vele toenemende meningsverschillen binnen het verenigd Europa te overbruggen. Ik heb een zwak voor haar. Al vanaf het moment dat ik – als correspondent in Duitsland – haar introductie in de toenmalige regeringsstad Bonn meemaakte. ‘Mädchen Merkel’ werd voorgesteld door Bondskanselier Helmut Kohl, die haar – vlak na de val van de Muur – uit Oost-Duitsland naar het regeringscentrum had gehaald en haar als minister voor Vrouwen- en Jeugdzaken in zijn kabinet had opgenomen. Toen een wat verlegen jonge vrouw die inmiddels is uitgegroeid tot een kordate politica en staatsvrouw van formaat. Zelfs Poetin heeft respect voor haar, misschien ook wel omdat Frau Merkel niet te beroerd is om hem vriendelijk, maar onverbloemd – en in vloeiend Russisch – de waarheid te zeggen. 

Op de Europese agenda staat onder meer de verdergaande/afrondende gesprekken over de Brexit-regeling, want dat is nog lang niet geregeld. Daar moeten topdiplomaten voor aan de bak. Er zijn nogal wat typeringen van diplomaten in omloop: een diplomaat is iemand die wèl de verjaardag van een vrouw weet, maar vergeet hoe oud ze is…

En: Als ’n diplomaat ‘ja’ zegt op een vraag bedoelt ‘ie ‘misschien’. Als ‘ie ‘nee’ zegt is het geen diplomaat. In tegenstelling tot een dame. Als die ‘nee’ zegt op een vraag bedoelt ze ‘misschien’. En als ze ‘ja’ zegt is het geen dame…

De Britten zijn de eeuwen door altijd wat op zichzelf geweest, kenmerkend voor alle eilandbewoners. Als er dikke mist over Het Kanaal hangt zeggen ze nog steeds achteloos dat het continent geïsoleerd is. Ach, het Britse Wereldrijk bestaat alleen nog maar in mooie postzegelverzamelingen. Neemt niet weg dat ik een fan ben van die typisch Engelse humor en  elke keer weer moet glimlachen als ik me dat flegmatieke plattelandsgezegde herinner:  

‘Als de haan niet kraait bij het ochtendrood,
dan mist het, òf de haan is dood’ 

beeld: © depositphotos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *