Belastend blauw…

Het was een van die depri-lentedagen, afgelopen week. Dinsdag, woensdag?, of was het alweer de week dáárvoor? Doet er ook niet toe. Op een van die dagen lagen er twee blauwe brieven in de bus. Je kent ze wel: half formaat, onheilspellend somberblauw. Want het hemelse blauw is alleen voorbestemd voor wolkenloze zomerluchten, de garderobe van de Maagd Maria en de KLM.

De Belastingdienst gebruikt ‘n blauw dat je uit honderd-en-een tinten van die kleur meteen herkent, een beetje grijzig. Zouden ze die kleur hebben gekozen omdat je je blauw moet betalen?

In de brieven stond trouwens – en gelukkig – geen schokkend nieuws: een voorlopige aanslag voor mij en geen voorlopige aanslag voor mijn vrouw. Dat gaat zo al jaren. Maar dit jaar viel me iets op. Onder mijn brief van de (anonieme) inspecteur die me liet weten wat ik voorlopig moet betalen stond: hoogachtend. De brief aan mijn vrouw sloot hij af ‘met vriendelijke groet’.

Zijn ze bij de Belastingdienst bezig met een inhaalrace?, ik bedoel dat ze klantvriendelijker worden? Ooit hadden ze als slogan: ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’. Daar zijn ze jaren geleden al van afgestapt. De aangifteformulieren werden moeilijker, in plaats van makkelijker. En brieven van de Belastingdienst zijn maar zelden leuk, laat staan leuker.

Ik snap iets niet met al dat vriendelijke gegroet. Op straat kijken erg veel mensen neutraal, wat nors, beetje bozig. En àls ze je al aankijken kan er geen woord af, alsof je ze in de weg loopt. Als ik geluk heb knikt er wel eens iemand tegen me; doorgaans een tachtigplusser (m/vr.). Ach ja, leeftijdgenoten onder mekaar.
In winkels, de horeca en op de markt is het daarentegen heel anders is. Daar wenst iedereen je een fijne dag. En (bijna) iedereen zegt dan iets terug:

‘Dankjewel en jij ook’ ‘Van hetzelfde’ ‘Ook zo’, ‘Ja, fijn’. ‘Als dàt zou kunnen’. Dat soort mini-zinnetjes.

Er waren eens… , de Praatjesmakers: Koot en Bie, die in een van hun sketches in een drukke winkelstraat iedereen die ze tegenkomen begroeten met een hartelijk: ‘Alles goed? Prettige dag verder’.
Is het toen begonnen? Dat immer vriendelijke afscheid van iedereen in elke winkel?

Maar in zijn rol als de oud-leraar Duits, Otto den Beste, maakt diezelfde Wim de Bie zich geweldig boos als hem overal goede dagen worden gewenst. ‘Ik wens niet gewenst’, en citeert dan briesend de Duitse dichter Goethe (1749-1832): ‘Alles in der Welt lässt sich ertragen, Nur nicht eine Reihe von schönen Tagen’. De Bie wist natuurlijk ook wel dat Goethe bedoelde dat een reeks van opeenvolgende mooie (feest) dagen met (te) veel eten en drinken moeilijk te verdragen, te verteren zijn.

Maar een rij mooie zomerse lentedagen is onderhand best te hebben. We hebben al te lang te veel herfstig weer gehad voor de tijd van het jaar, met veel wind waar alleen molenaars en zeilers blij mee waren. Ook de Belgische recyclagekunstenaar Jef Clonen was blij met die wind. Hij heeft namelijk negen afgedankte orgelpijpen uit een kerkorgel als een soort kunstwerk neergezet in het bosrijke Mariadomein in Brasschaat, bij Antwerpen. ‘Verstilde klanken’ heeft hij zijn werk genoemd: ‘Nu kan de wind door de oude orgelpijpen zijn lied zingen’. 
De wind is voor de een ’n vriend, voor de ander ‘n vijand.

In zijn Zwerverslied schrijft de dichter Adriaan Roland Holst (1888-1976):

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten – 
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Zelfs bij windstil weer is het een goede raad: zacht zijn voor elkaar.
Nòg ’n goede raad?
’n Wijs mens plast niet tegen de wind in… 

beeld: scottsavagelive.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *