‘Identiteit Radboud werd ‘’versfeerd’’’

De Radboud Universiteit – tot 2004 de Katholieke Universiteit Nijmegen – heeft in het verleden te weinig nagedacht over de vraag waarom ze eigenlijk katholiek is, zegt historicus Jurijn de Vos. ‘Ik geniet van de hoeveelheid stof die dit doet opwaaien.’

Ontzuiling, secularisering en kerkkrimp: religie in Nederland zou sinds de jaren zestig in een neerwaartse spiraal zitten. Toch bleef de Katholieke Universiteit Nijmegen, nu de Radboud Universiteit, altijd uitkomen voor haar haar katholieke wortels. Op woensdag 12 juni 2024 promoveerde historicus Jurijn Timon de Vos op de geschiedenis van deze universiteit. ‘Voor de universiteitsbestuurders,’ betoogt de Vos, ‘betekende de katholieke identiteit geen tragisch achterhoedegevecht, maar een bijzonder gegeven waar gewoon werk van werd gemaakt.’

Relatie met de bisschoppen

De Vos kreeg toegang tot vertrouwelijke archieven. Ze gaven de historicus een unieke inkijk in de bestuurlijke discussies over de katholieke identiteit tussen 1950 en 2005. De Vos zag onder andere hoe voorzitters en rectoren de aartsbisschoppen het hof maakten. ‘In de jaren zestig en zeventig was kardinaal Bernard Alfrink een vriend aan huis.’ 

‘Alfrink trok bij het College van Bestuur (CvB) aan de bel trok als hij zorgen had,’ vertelt De Vos. ‘Dat deed hij bijvoorbeeld in 1975 toen hij vernam dat Nijmeegse hoogleraren ontslag namen vanwege marxistische invloeden. Het CvB deelde deze zorg en ondernam actie. Met de latere kardinaal Ad Simonis verliep het contact wat stroever, mede vanwege het ivf-beleid van het Sint-Radboudziekenhuis. Toch zetten de universiteitsbestuurders altijd in op een goede relatie, soms ook met het doel om de bisschoppelijke invloed af te zwakken.’ 

Van KUN naar Radboud Universiteit

Een ander thema dat De Vos zag terugkomen in de notulen was het vraagstuk van de universiteitsnaam. Hoe moest de Nijmeegse universiteit zich blijven noemen? Een opvallende vondst vormt daarbij het ‘Nijmeegs lidwoordencompromis’ begin jaren zeventig. Statutair wijzigde de naam toen van ‘de Katholieke Universiteit’ naar ‘een Katholieke Universiteit’. 

De Vos: ‘Geen mens die direct het verschil zag, maar de inzet van de behoudende hoogleraar staatsrecht Frans Duynstee was helder: door het onbepaald lidwoord kwam het accent sterker te liggen op het katholieke – een katholieke universiteit – zonder dat de toen onstuimige studenten het doorhadden.’ In de jaren tachtig en negentig begonnen sommige bestuurders voorzichtig na te denken over de naam Carolus Magnus Universiteit. Uiteindelijk werd het in 2004 Radboud Universiteit Nijmegen.   

Opleving en ‘versfering’ 

‘Iedere periode kreeg haar eigen katholieke identiteit’, analyseert De Vos, ‘en die identiteit was afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van de bestuurders.’ In de jaren negentig wilden ze de studenten bijvoorbeeld katholiek-intellectuele cultuur bijbrengen, maar rond het jaar 2000 verschoof de bestuurlijke focus naar een kwaliteitsverhaal en de beklimming van de internationale ranglijsten.

De katholieke identiteit verdween daarmee niet, maar kreeg een andere vorm. ‘Wat toen begon,’ vertelt De Vos, ‘noem ik een proces van versfering: de katholieke identiteit werd steeds meer uitgelegd als een sfeer of aardig ornament. Het was niet langer een opdracht tot bijzonder handelen.’ 

Nuchtere ‘geen punt-mentaliteit’

De Vos concludeert dat de Nijmeegs universiteitsbestuurders nuchter vasthielden aan de katholieke grondslag, zonder die ooit inhoudelijk dogmatisch dicht te timmeren. Ze gaven de universitaire gemeenschap daarmee de ruimte om zelf naar invulling te zoeken. ‘Achteraf bezien heeft deze nuchtere en flexibele werkwijze de katholieke identiteit door de tijd heen geleid’, aldus De Vos. 

Tegelijkertijd plaatst de historicus ook kanttekeningen bij de overheersende ‘geen punt-mentaliteit’ onder de bestuurders. ‘Meer interne identiteitsreflectie past toch wel bij een academische instelling.’ Gebrek hieraan was er volgens De Vos met name bij de naamswijziging naar Radboud Universiteit. In aanloop naar dat besluit werd een discussie onder bestuurders over de verhouding tussen naam en katholieke identiteit gewoonweg afgewimpeld, en wel met het argument dat de katholieke identiteit nu niet ter discussie stond. ‘Alsof een andere naam ooit los kan staan van de identiteit.’

Het proefschrift wordt uitgegeven bij uitgeverij Eburon onder de titel ‘Katholiek? Geen punt. Een bestuurlijke identiteitsgeschiedenis van de Nijmeegse universiteit (1950-2005)’

Bron: Radbouduniversiteit

In het ND van 13 juni schrijft Celine Timmerman:

De onderzoeker adviseert de universiteit dat het werken aan de verduidelijking van de katholieke identiteit vorm zou moeten krijgen doordat het Universiteitsbestuur onderling dit gesprek aangaat en dat de bestuursleden de campus op moeten gaan. ‘Ga met studenten om tafel en vraag hun wat zij vinden van deze bijzondere universiteit. En wat de Radboud volgens hen is en zou moeten zijn. Vraag ook oud-studenten en maatschappelijk partners om input. Start een dialoogtraject. Dat past bij deze Nijmeegse universiteit.’ Ook mét de Nederlandse bisschoppen? ‘Ik zou ze zeker uitnodigen.’ <

Lees het volledige artikel achter de betaalmuur van het ND 13 juni 2024

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *