Een naaktslak in de Kamer…

Je hoort niks meer over naaktslakken, terwijl ze een paar weken geleden nog groot nieuws waren. Er werd zelfs over een plaag gesproken. Het was wekenlang kliederig nat weer en daar houden die dakloze slakken van. Takkeweer is slakkenweer, zoals het gezegde luidt. En als het ècht te hard regende, dan zochten ze een vochtig schuilplekje in de open lucht, want zelfs bij het Leger des Heils zijn naaktslakken niet welkom.

Hoe zou dat in de slakkensamenleving toegaan?, heb ik me toen wel eens afgevraagd. Zouden die sjieke slakken-met-hun-huisje-op-hun-rug minachtend neerkijken op die blote armoezaaiers die geen eigen huis hebben? Anderzijds hebben huisjesslakken nu eenmaal ‘n éénpersoonswoning op hun rug. Daar is geen zithoekje om met z’n tweetjes ’n bakkie te doen. Laat staan inwoning. Dat ligt in de grote-mensen-maatschappij heel anders: daar bestaan huisjesmelkers die dakloze medeburgers graag onderdak bieden, maar dan in krotten en tegen woekerprijzen.

Het enige voordeel dat ik voor ’n naaktslak kan bedenken is dat ‘ie in een nudistencamping niet opvalt en dus vanzelfsprekend getolereerd zou moeten worden. Niet onbelangrijk, want niet opvallen is de eerste stap op de lange weg naar geaccepteerd worden.

Nieuws is vluchtig. Iets wat vandaag het gesprek van de dag is, dat is morgen alweer sneeuw van gisteren, zoals ze in Vlaanderen zeggen.

De dichteres Harriët Laurey (1924-2004) schreef in 1952 een gedicht met als titel De slak:

Draag ik mijn huis en ben ik nergens thuis
en kan ik nergens voor de regen schuilen
dan in een schelp, die ik niet om kan ruilen
voor ooit een ander, niet mijn eigen huis.
Ken ik de aarde, maar de hemel niet,
de groene haag maar niet de bloesemknoppen,
de helling wel, maar nooit de heuveltoppen.
Laat ik geen sporen na dan van verdriet.
Ben ik maar voor eenzelvigheid geschapen
en voor de regen, die mij buiten drijft.
En voor de weg, die zonder einde blijft.
En voor de kinderen die slakken rapen
maar ’s avonds thuis en bij elkander slapen.

De afgelopen dagen heb ik uiteraard naar de Tour gekeken, zoals naar die etappe van Macon naar Dijon, van de wijn naar de mosterd. Sommige etappes zijn wat het landschap, steden en gebouwen betreft een feest van herkenning, al is het erg lang geleden dat ik er rond reed; in een auto en niet op ’n fiets.

Midden afgelopen week heb ik meerdere malen ge-zappt, van de Tour naar de Tweede Kamer, om te kijken en te luisteren naar de algemene beschouwingen, benieuwd naar het debuut van ons nieuwe kabinet en vooral naar het optreden van Dick Schoof, de opvolger van Mark Rutte.
Voor een heleboel kijkers zal het misschien een vermakelijk schouwspel zijn geweest, een soort boerenklucht. Voor veel anderen, zoals ik, was het een onthutsende en nogal beschamende vertoning.

Dat de nieuwe premier aan de tand zou worden gevoeld door de oppositiepartijen was natuurlijk geen verrassing; waar ben je anders oppositie voor?! Het verrassende waren de aanvallen (en/of het stilzwijgen) van de coalitiepartijen.

Het is een van die ongeschreven ‘Haagse’ wetten dat je een bondgenoot niet publiekelijk afvalt, laat staan onder de grond schoffelt. En dat je de premier die jezelf hebt voorgedragen, dus niet meteen slappe hap verwijt, zoals Wilders deed. Maar Wilders is en blijft zoals hij was en zal in taalgebruik en gedrag, net als bijvoorbeeld Trump, nooit veranderen. Het zijn beiden machtswellustelingen met een beangstigend nationalistische kijk op de samenleving.

Dat er een paar dagen na de beëdiging van het kabinet al volop wordt gespeculeerd hoe lang of kort het blijft zitten, is een veeg teken. Dick Schoof mag dan een geoefende marathonloper zijn, als premier moet je een ander soort uithoudingsvermogen hebben.

De afgelopen dagen kijkend en luisterend naar hem moest ik aan ‘n naaktslak denken. Ook Schoof heeft geen eigen (politiek) huis. Logisch, voor ‘n partijloze premier. Dat zou een voordeel moeten zijn: gezaghebbend ongebonden.

Maar vooralsnog lijkt het een groot nadeel. Hij kan eigenlijk bij niemand anders te rade dan bij zichzelf en zal moeten leren leven en werken met ministers die liever naar Wilders luisteren dan naar hun premier.

beeld: flickr.com

.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *