‘Met een bedroefd hart …’ – het schandaal van misbruikende priesters

Het schandaal van priesters die misbruik pleegden heeft duizenden levens verwoest en een geloofscrisis aan het licht gebracht. Tijdens een internationale conferentie over misbruik in Warschau vorige maand, betoogde een van Europa’s leidende katholieke intellectuelen dat alleen diepgaande hervormingen de institutionele kerk kunnen redden.

door Tomas Halik

‘In deze dagen speelt het misbruikschandaal een rol die te vergelijken is met de rol van de aflaatschandalen in de Hoge Middeleeuwen, die uiteindelijk leidden tot de Reformatie’

In een geest van nederigheid en met een bedroefd hart – in spiritu humilitatis et in animo contrito – wil ik ingaan op een van de pijnlijkste wonden van de Kerk. …
Volgens een oude legende verscheen de duivel zelf aan Sint Maarten in de vorm van Christus. Maar sint Maarten vroeg hem: waar zijn je wonden? Een Christus zonder wonden, een Kerk zonder wonden, een geloof zonder wonden, is slechts een duivelse illusie. Met vertrouwen op de genezende en bevrijdende kracht van de waarheid, willen we de wonden aanraken die door katholieke geestelijken en kerkelijke functionarissen zijn toegebracht aan weerlozen, vooral kinderen en tieners,

Crisis als kairos
Om deze crisis te begrijpen en te aanvaarden als kairos, als een uitdaging en een kans om onze kerk en ons geloof te laten rijpen, moeten we het fenomeen van misbruik door geestelijken in een bredere context zien en aanpakken.
De overlevenden en slachtoffers van misbruik moeten centraal staan. We moeten ze alle juridische, psychologische en spirituele steun geven die ze nodig hebben. De schuldigen moeten gestraft worden en geholpen worden op het pad van bekering en genezing. Er moeten praktische maatregelen worden genomen om het risico op misbruik van kinderen en kwetsbare volwassenen in de toekomst te minimaliseren. Maar al deze belangrijke stappen zijn slechts een klein deel van wat we moeten doen.

Zowel Benedictus XVI als paus Franciscus hebben de juiste weg getoond: we moeten ons afvragen wat er met onze Kerk is gebeurd, wat er met ons geloof is gebeurd, waardoor dit kon gebeuren. 
Op veel plaatsen in de wereld is de Kerk een “politiek apparaat” geworden in plaats van een geloofsgemeenschap, zoals Benedictus heeft opgemerkt. De Kerk moet zich bevrijden van de ziekte van het klerikalisme, want gevallen van misbruik zijn vooral gevallen van misbruik van macht en gezag in de Kerk, zoals paus Francis’Met een bedroefd hart …’ – het schandaal van misbruikende priesterscus herhaalt. 
Het gaat niet alleen om individuen; het is een gevaarlijke ziekte van het hele systeem. Men zegt soms dat het probleem buiten de kerk nog groter is of dat het met name slechts enkele lokale kerken betreft, als men denkt zo het het probleem van misbruik te minimaliseren dan getuigt dat van geestelijke blindheid, schijnheiligheid en trots.

De postcommunistische wereld

Deze internationale conferentie over de seksueel misbruikcrisis werd in Warschau gehouden omdat we de zojuist beschreven houdingen vaak in de postcommunistische wereld zien. Het is een duivelse verleiding om te beweren dat de problemen van seksueel, psychologisch en spiritueel misbruik ziekten zijn van het ‘corrupte Westen’ deze bekoring moeten we radikaal weerstaan. De balk in het eigen oog verhindert ons om ernstige verschijnselen realistisch te zien en doeltreffende aan te pakken.

Er zijn een aantal redenen aan te voeren voor de neiging in postcommunistische landen om het probleem van klerikaal misbruik te ontkennen. Het is waar dat in veel landen onder communistische heerschappij priesters minder kansen hadden om minderjarigen te misbruiken, omdat er, in tegenstelling tot in de vrije wereld, bijna geen kerkelijke instellingen waren die zich toelegden op de zorg voor kinderen en jongeren. En totalitaire regimes, zowel nazi- als communistisch, probeerden vaak de kerk en bepaalde priesters in diskrediet te brengen door hen valselijk te beschuldigen van seksueel misbruik. (Misschien is dit de reden waarom paus Johannes Paulus II lange tijd veel van de beschuldigingen tegen priesters niet geloofde.) Nu we toegang hebben tot de archieven van de geheime politie, kunnen we zien dat de communistische regimes goed op de hoogte waren van echte gevallen van misbruik en andere duistere aspecten van het leven van priesters, zoals alcoholisme of corruptie;

In die tijd bevorderde de staatsvervolging van de kerk, de interne cohesie en solidariteit. Maar de keerzijde was de onwil om de donkere schaduwen binnen zijn eigen gelederen te zien. Na de val van het communisme kwamen conservatieve katholieken uit het Westen naar onze landen, die de kerk daar wilden afschilderen als een schone slaapster die gelukkig had geslapen tijdens het Tweede Vaticaans Concilie; als een prins uit een sprookje zouden ze haar met een kus wakker maken in haar premoderne schoonheid. Doornroosje heeft natuurlijk geen lelijke trekken – dus geen misbruikschandalen.

Het postcommunistische Europa

Dit valse beeld wordt dankbaar onderschreven en geïnternaliseerd door sommige katholieken in postcommunistisch Europa: wij zijn de Kerk van de Martelaren, gereinigd door onze vervolging, die nu morele lessen zullen leren aan het “corrupte Westen”, inclusief katholieken in onze zusterkerken in West-Europa en Noord-Amerika. Ex Oriente lux, ex Occidente luxus (“Van het Oosten komt licht, van het Westen komt luxe”)! Deze ideologie heeft het beeld nodig van het “corrupte Westen” als een wereld van consumentisme, materialisme en liberalisme, in tegenstelling tot het “Heilige Oosten”, de heroïsch vervolgde Kerk. Maar de feitelijkheid dat de  Kerk zelf lijden veroorzaakte, past niet in het beeld van een lijdende Kerk van martelaren. Maar de waarheid is zelden zwart-wit.

Deze verleidelijke zelfillusie van een zuiverder Kerk van het Oosten kreeg om vele redenen voet aan de grond in het postcommunistische Europa. Na de val van het communisme konden sommige christenen niet meer zonder vijand. Het ‘corrupte liberale Westen’ werd de ideale vervanger voor de oude vijand. Katholieken, ooit vervolgd door de communisten, begonnen nu de antiwesterse retoriek te gebruiken die in hun onderbewustzijn was achtergelaten door de hersenspoeling van communistische propaganda. Het messianisme van sommige naties en lokale kerken, een erfenis van de romantiek (niet alleen in Polen en Rusland), speelde ook een rol. Het concept van de “uitverkorenen” (de beelden van de lijdende Messias en van een lijdend volk) hielp de kerken te overleven in tijden van vervolging; maar na de val van het communisme, toen de trieste gevolgen van vervolging en isolement duidelijk werden, groeide deze zelfbeelden uit tot compensatie voor het minderwaardigheidcomplex dat tegenover het westen werd ervaren.

Sliep de kerk onder het communisme?
De stelling dat de Kerk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie en zijn hervormingen tijdens het communisme had doorgeslapen, was slechts ten dele waar. Ik herinner me met dankbaarheid mijn leraren in het geloof, die lange jaren in nazi- en vervolgens communistische gevangenissen en concentratiekampen of dwangarbeid in uraniummijnen hadden doorgebracht. Daar ervoeren ze “concrete oecumene” – nabijheid en broederschap, niet alleen met christenen van andere kerken, maar ook met seculiere humanisten en zelfs met non-conformistische marxisten. Sommigen van hen hebben, in de geest van de profeten, de jaren van vervolging omarmd als een goddelijke les, een zuivering van de Kerk van haar vroegere triomfalisme. In de gevangenis droomden ze van een toekomstige vorm van de Kerk – een oecumenische, open, arme en dienende Kerk. Toen ze eind jaren zestig uit de gevangenis werden vrijgelaten, omarmden zij de hervormingen van het Concilie met enthousiasme en begrepen die als een door God gegeven uitdaging. Ze lieten mij en vele anderen kennismaken met de geest van het Tweede Vaticaans Concilie. Ik voel me persoonlijk verplicht om trouw te zijn aan hun getuigenis.

Oppervlakkige veranderingen
De overgrote meerderheid van de priesters en bisschoppen had echter geen toegang tot hedendaagse theologische literatuur en had die ervaringen niet. Omdat ze de intellectuele context niet kenden, konden ze de boodschap en betekenis van het Concilie niet volledig begrijpen met als gevolg dat hervormingen vaak oppervlakkig bleven en puur formeel: het altaar werd omgedraaid, de landstaal werd in de liturgie ingevoerd. Maar de mentaliteit veranderde niet. 
De inspanningen van het concilie om de beweging te maken “van katholicisme naar het katholiciteit”, om een einde te maken aan de zinloze cultuuroorlog met de moderne wereld, en vooral om een klerikaal begrip van de kerk op te geven, bleven onder het communistische bewind in een groot deel van de kerk onbegrepen en onvervuld. 

Verschil in context

Het kwam de communisten goed uit om het klerikale model van de kerk te handhaven. In veel landen waren priesters in dienst van de communistische staat en zij konden door de staat gemakkelijker gemanipuleerd worden dan de leken.
De situatie in elk land was en is anders. Harde secularisatie tijdens het communisme en ‘zachte secularisatie’ in het postcommunistische tijdperk vonden plaats en vinden plaats met wisselende intensiteit. In sommige landen zorgde de communistische vervolging paradoxaal genoeg voor een opleving van de religiositeit, zij het van korte duur.
In Bohemen, het westelijke deel van Tsjechië waar ik vandaan kom, was sinds het einde van de negentiende eeuw culturele secularisatie gaande als gevolg van industrialisatie, verstedelijking en een goed onderwijssysteem; tijdens het communisme kozen de stalinisten Bohemen – waarschijnlijk vanwege zijn dramatische religieuze geschiedenis en traditie van antiklerikalisme – als een geschikt terrein om een totaal atheïstische samenleving te creëren. Maar na een korte religieuze opleving voor en na de val van het communisme, toen de kerk veel sympathie genoot in de samenleving, bleek de kerk niet in staat adequaat te reageren op de uitdagingen van de nieuwe tijd. Een nieuwe golf van “zachte secularisatie” is aangebroken.

In buurland Polen was de situatie heel anders. Tot voor kort had de volksreligiositeit – de Volkskirche – haar sociaal-culturele biosfeer in een overwegend agrarische samenleving. Het katholicisme werd – anders dan in Bohemen – gezien als een integraal onderdeel van de nationale identiteit.
Tijdens het eerste bezoek van Johannes Paulus II aan zijn vaderland in 1979 na zijn verkiezing tot paus, werd het duidelijk dat de kerk een veel grotere morele, psychologische en politieke invloed had in Polen dan de communistische regering.
Het kritieke moment kwam pas op het moment van de dood van Johannes Paulus II – de kerk stond nu voor de taak om Christus en het evangelie achter de icoon van de heilige Poolse paus te herontdekken. De ongelukkige alliantie van enkele bisschoppen met de huidige populistische en nationalistische regering heeft de kerk in Polen veel meer schade berokkent dan een halve eeuw communistische vervolging.
De huidige golf van onthullingen van een pandemie van misbruik in de verre en recente geschiedenis heeft een aardbeving veroorzaakt in de Poolse kerk. Seksueel misbruik was slechts één aspect van het probleem. Alleen wanneer de Poolse kerk er nu in slaagt de huidige crisis te begrijpen als een kairos en een oproep tot ingrijpende hervormingen, tenzij de kerk aan de Poolse samenleving – en vooral aan de jonge generatie – een ander gezicht van het christendom laat zien, zal het proces van secularisatie in Polen nog radicaler verlopen dan in Spanje en Ierland. Seksueel misbruik was slechts één aspect van het probleem. 

Seksueel misbruik belangrijk aspect
De seksueel misbruikcrisis is slechts een aspect, maar is niet marginaal. De rol die het misbruikschandaal in onze tijd speelt is vergelijkbaar met die van de aflaatschandalen in de Hoge Middeleeuwen, die de Reformatie versnelden. Wat aanvankelijk een marginaal fenomeen leek, onthult vandaag – net als toen – een veel dieper probleem. Het hele systeem is ziek: de relatie tussen de kerk en de politieke macht is verziekt en naast vele andere geldt dit ook voor de relaties tussen geestelijken en leken.

De situatie van de katholieke kerk van vandaag lijkt sterk op de situatie van vlak voor de Reformatie. De Kerk heeft een grondige hervorming nodig. Als we ons beperken tot institutionele veranderingen, blijft de hervorming oppervlakkig en kan ze tot schisma leiden. We moeten ons laten inspireren door de katholieke reformatie van de zestiende eeuw – de essentie ervan was een verdieping van spiritualiteit in de hele kerk (denk aan de rol van mystici als Teresa van Avila, Johannes van het Kruis en Ignatius van Loyola), maar deze periode zag ook de opkomst van een meer pastorale stijl van bisschoppelijk en priesterlijk ambt (denk aan Carolus Borromeus en vele anderen). Het is niet alleen nodig om de structuren te veranderen, maar ook verandering van mentaliteit is noodzakelijk. De cultuur van relaties binnen de kerk moet veranderd worden.

Missers van de kerk
Veel hervormingen in de kerk in het verleden kwamen tragischerwijze veel te laat.
In de negentiende eeuw verloor de kerk de arbeidersklasse. 
In het begin van de twintigste eeuw pleegde de kerk intellectuele zelfcastratie in een strijd tegen het zogenaamde ‘modernisme’ die leidde tot het verlies van een groot deel van de intellectuelen en vele profetische persoonlijkheden. 
In de jaren zestig verloor zij een groot deel van de jongere generatie, en nu – in het tijdperk van een nieuw zelfinzicht in de waardigheid van vrouwen– verliest zijt vrouwen. 
Ook de pogingen van het Tweede Vaticaans Concilie om met de moderne wereld in het reine te komen, kwamen te laat. De moderniteit bereikte in de jaren zestig een hoogtepunt, maar eindigde kort daarna.

Secularisatie transformeert religie
Het concilie heeft de kerken niet voorbereid op de postmoderne tijd. Vandaag is de hele sociaal-culturele context veranderd. De kerken hebben hun monopolie op religie verloren. De secularisatie heeft religie niet vernietigd, maar getransformeerd. De belangrijkste concurrent van de kerk van vandaag is niet het seculiere humanisme, maar nieuwe vormen van religie en spiritualiteit die zich hebben geëmancipeerd van de kerk. De Kerk vindt het moeilijk om haar plaats te vinden in een radicaal pluralistische wereld. En kerken die getekend zijn door hun communistische verleden hebben het bijzonder moeilijk om in deze wereld hun weg te vinden.

Paniekreactie
De kerk reageerde met morele paniek op de seksuele revolutie van de jaren zestig. De nadruk op seksuele moraliteit werd het dominante thema van de prediking en er ontstond een kloof tussen de kerkelijke leer en het leven van veel katholieken, waaronder priesters. 
Geen onderwerp werd zo vaak door de kerk besproken als seks. Het zesde gebod kwam vaak op de eerste plaats in preken. Paus Franciscus heeft de moed gehad om dit bij de juiste naam te noemen: “neurotische obsessie”.
En terwijl het misbruikschandaal zich ontvouwde, was de reactie binnen en buiten de kerk op deze morele lezingen natuurlijk een furieus, verontwaardigd “Kijk naar jezelf!” 
De kerk is onderkent deze schijnheiligheid te onderkennen laat, te laat wellicht om dit schandaal binnen haar gelederen te kunnen aanpakken, en dan nog vaak alleen als reactie op de ontmaskering van misbruik en de doofpotaffaire ervan door de seculiere media.

Wat dan wel?
Ik ben bezorgd dat veel seminaries (vooral in post-communistische landen) kandidaten voor het priesterschap onvoldoende geestelijke en psychologische voorbereiding bieden op een celibaat. Dit moet een eerlijke discussie over homoseksualiteit omvatten, inclusief de homoseksuele geaardheid van veel priesters. Sommige priesters gaan met hun seksualiteit om via een projectiemechanisme: de meest strijdlustige stemmen tegen homoseksualiteit in het priesterschap zijn vaak priesters met homoseksuele geaardheid.
De Kerk heeft de prijs betaald voor het te lang weerstaan van de inzichten van de kosmologie, de evolutietheorie en de literaire en historische kritiek in de bijbelexegese;

“Deze tijd is niet alleen een tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk”, zei paus Franciscus. De rol van religie en kerk in samenleving en cultuur verandert radicaal. De secularisatie heeft niet het einde, maar de transformatie van religie veroorzaakt. Het steeds oplopende proces van globalisering stuit op weerstand: populisme, nationalisme en fundamentalisme nemen toe. Onze wereld is steeds meer met elkaar verbonden en tegelijkertijd opnieuw verdeeld. De wereldwijde christelijke gemeenschap is ook steeds meer verdeeld – maar vandaag de dag is de grootste verdeeldheid niet tussen kerken, maar in de kerken. 
Ik zag de gesloten en lege kerken tijdens de coronaviruspandemie als een profetisch waarschuwingssignaal: dit kan binnenkort de situatie van de kerk zijn als deze geen diepgaande hervorming ondergaat. 
De misbruikcrisis is slechts één aspect van de crisis van de geestelijkheid, de crisis van de Kerk en de crisis van het geloof. Deze crisis kan alleen worden overwonnen door een nieuw begrip van de rol van de kerk in de hedendaagse samenleving – de kerk als een “pelgrimsvolk van God” (communio viatorum), de kerk als een “school van christelijke wijsheid”, de kerk als een veldhospitaal en de kerk als plaats van ontmoeting, uitwisseling en verzoening. We moeten deze crisis het hoofd bieden zonder angst of paniek, met vertrouwen in de Heer van de geschiedenis. De oplossing veronderstelt een kalme en grondige spirituele analyse, een spirituele onderscheiding. 
Volgens een oude Tsjechische legende stak de bouwer van een gotische kerk in Praag het houten raamwerk in brand toen het gebouw klaar was. Toen het vuur ontbrandde en de steiger in loeiende vlammen op de grond viel, pleegde de bouwer in paniek zelfmoord, in de overtuiging dat zijn gebouw was ingestort. Het komt me voor dat veel christenen die in paniek raken in deze tijd van verandering, in een soortgelijke fout vervallen. Wat instort, kan slechts een houten steiger zijn; als die afbrandt, zal het kerkgebouw zeker door het vuur worden aangetast, maar de essentie die lang verborgen is geweest, zal dan zichtbaar worden.

In mijn 43 jaar priesterschap heb ik tienduizend keer biecht gehoord. Gedurende vele jaren bied ik naast het sacrament van de boete ook ‘geestelijke begeleiding’ aan, die langer duurt en dieper graaft dan wat de gewone vorm van het sacrament toelaat. Deze gesprekken worden vaak ook bijgewoond door ongedoopte “geestelijke zoekers”. Ik heb mijn team van medewerkers voor deze bediening uitgebreid met leken die zijn opgeleid in theologie en psychotherapie. Ik ben er vast van overtuigd dat “geestelijke begeleiding” in de komende tijd de belangrijkste pastorale taak van de Kerk zal zijn.

Het is ook het ambt waarin ik zelf het meest heb geleerd, waarin er een zekere transformatie heeft plaatsgevonden van mijn theologie en spiritualiteit, van mijn begrip van geloof en van de kerk. Toen mijn bisschop, de aartsbisschop van Praag, resoluut weigerde met slachtoffers van seksueel misbruik door priesters, te spreken (waaronder leden van het klooster waarvan hij destijds overste was) en hen doorverwees naar de politie, heb ik lange nachtelijke gesprekken gevoerd met velen van hen. Daarna merkte ik vaak dat ik vaak wakker lag tot de ochtend aanbrak. Ik heb niet veel meer geleerd dan wat al aan feiten wist. Maar ik keek deze mannen en vrouwen in de ogen en hield hun hand vast als ze huilden. Dat was heel anders dan het lezen van hun verklaringen in gerechtelijke documenten. Ik heb jaren als psychotherapeut gewerkt en ik weet van de nabijheid en het samenspel van mentale en spirituele pijn, maar dit was iets anders dan louter psychotherapie; Ik voelde de aanwezigheid van Christus daar met heel mijn hart, aan beide kanten: in de “kleinen, de zieken, de gevangenen en de vervolgden” en ook in de bediening van luisteren, troost en verzoening die ik hun mocht geven.

Ik keer vaak terug naar een kort verhaal, een soort mini-evangelie in het midden van het evangelie van Matteüs, het verhaal van een vrouw die 12 jaar aan een bloeding leed, vele artsen probeerde, een fortuin aan behandeling besteedde, maar niets hielp . Volgens de religieuze functionarissen van die tijd was een bloedende vrouw ritueel onrein, mocht ze niet deelnemen aan een viering en mocht niemand haar aanraken. Het dwangmatige verlangen van de vrouw naar menselijke intimiteit, naar menselijke aanraking, bracht haar ertoe het opgelegde isolement te doorbreken: ze raakte Jezus aan. Ze raakte hem anoniem aan, van achteren, in een poging verborgen te blijven in de menigte. Maar Jezus wilde niet dat ze op deze manier genezen zou worden. Hij zocht haar gezicht. De vrouw kwam naar voren en na jaren van onderduiken en isolement, doorbrak zij wat haar lichaam haar vertelde – in de taal van bloed en pijn – door zich voor hem neer te werpen en ‘de hele waarheid te vertellen’ in het bijzijn van iedereen. En op dat moment van de waarheid werd ze verlost van haar ziekte.

Ik droom van een Kerk die zo’n veilige ruimte zou creëren – een ruimte van waarheid – die geneest en bevrijdt. Ik hoop oprecht dat deze conferentie zal bijdragen aan de vervulling van die droom.

• Tomas Halik is hoogleraar godsdienstsociologie aan de Karelsuniversiteit in Praag, de stad waar hij in 1948 werd geboren. Hij is voorzitter van de Tsjechische Christelijke Academie en pastoor van de Academische Parochie van St. Salvator. Hij heeft eredoctoraten in de theologie van de universiteiten van Erfurt en Oxford. Zijn boeken, die in eigen land bestsellers zijn, zijn vertaald in 19 talen en hebben meerdere literaire prijzen gewonnen. Onder het communistische regime werd hij in het geheim tot priester gewijd in Erfurt en was hij actief in de ondergrondse kerk terwijl hij werkte als psychotherapeut. Hij was een van de naaste medewerkers van kardinaal Frantisek Tomasek. Na de val van het communistische regime in 1989 was hij secretaris-generaal van de Tsjechische bisschoppenconferentie en adviseur van Vaclav Havel. Paus Johannes Paulus II benoemde hem in 1990 tot adviseur van de Pauselijke Raad voor de dialoog met niet-gelovigen; Benedictus XVI benoemde hem in 2008 tot ere-pontificale prelaat. Hij ontving talrijke internationale onderscheidingen en prijzen voor zijn bijdrage aan de Kerk in tijden van vervolging en voor de dialoog tussen religies en culturen. In 2014 ontving hij de Templeton-prijs.

vertaling en bewerking: redactie de Roerom

2 Comments

  1. Wat fijn zo’n denker als Tomas Halik. Kansen om te veranderen als kerk, dat zijn wij. Niet het instituut is belangrijk, wel hulpmiddel, als het goed functioneert, maar elke Christen is belangrijk in het doen van Gods wil en het uitvoeren van Jezus opdracht: dienstbaar zijn en liefhebben.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *